Bloemkool uit Mantsjoerije

Zoals babi pangang een Chinees-Indisch-Nederlands gerecht is, is dit gerechtje met bloemkool een door mij vernederlandste versie van een Indiase variant op een van oorsprong Chinees gerecht. Uit Mantsjoerije, om precies te zijn: dat ligt in het noordoosten van China, het gebied tussen Rusland, Mongolië, Noord-Korea en Japan. Jammer genoeg heb ik niet kunnen ontdekken waarin de Indiase versie afwijkt van de Chinese. Mijn versie is vooral flink minder pittig.

Hoe dan ook – dit gerecht is weer ’s wat anders met bloemkool. Gefrituurd in een beslagje, met een pittige saus. In India is het streetfood – voor thuis is het koken voor de fun. Veel werk, frituurlucht in de keuken – maar wel de moeite waard. Onopvallend vegan ook nog, en met een simpele aanpassing glutenvrij.

Eerst de bloemkool. Met een normaal formaat bloemkool heb je een vegetarisch hoofdgerecht voor vier volwassenen, of een voorgerecht voor acht. Verdeel de bloemkool in handzame roosjes. Niet te groot, dan is het meer bloemkool dan beslag, maar ook niet zo klein dat de bloemkool verdwijnt. Iets van 5 cm. Overdwars? Blancheer de roosjes een minuut of twee, spoel dan af met koud water om het kookproces te stoppen. Laat ze afkoelen en opdrogen op een schone theedoek.

Maak nu het sausje. Hak gelijke delen gember en knof tot een pasta, totaal pakweg 2 eetlepels. Restjes laten zich goed invriezen voor een volgende keer. (Hoewel dat soort ideeën bij mij vooral in theorie goed werken: in de praktijk verdwijnt zo’n mini-bloebje ergens in een hoekje van de vriezer en wordt maanden of jaren later sneu en ongelabeld gevonden door een archeologische vriezerexpeditie die… Sorry, ik dwaal af. Teveel Terry Pratchett gelezen de laatste tijd.)

Goed, het sausje. Wat gaat daar nog meer in? Twee stengels bleekselderij, een hele groene paprika, 2-3 bosuitjes,  een kleine rode ui – alles fijngehakt. Zet een theelepel van de gember-knofpasta apart voor het beslag, bak de rest een minuutje aan in neutrale olie en voeg dan de rest van de groente toe. Bak tot de ui glazig is. Voeg dan 2 eetlepels tamari toe, 2 eetlepels ketchup, een eetlepel (rijst)azijn, een theelepel rijststroop (of suiker) en royaal witte peper. Meng, proef, breng op smaak (let op de balans zuur-zout-zoet), en voeg naar behoefte extra hitte toe: sambal, siracha of een fijngehakt ringetje ingemaakte jalapenapeper.

Nu het beslag. Met deze hoeveelheden had ik genoeg voor een hele bloemkool (en vervolgens eters te weinig, helaas…). Meng 6 eetlepels bloem, 4 eetlepels maizena, een theelepel van de gember-knofpasta, zout en peper en zoveel water dat het geheel de consistentie krijgt van dun pannenkoekenbeslag of supermarktyoghurt. Schep de bloemkoolroosjes door het beslag, zorg dat ze goed bedekt zijn.

Doe zoveel olie in een pan dat je de bloemkoolroosjes makkelijk kunt frituren. De olie is heet genoeg wanneer een blobje beslag enthousiast gaat pruttelen. Frituur de bloemkoolroosjes in porties. Laat ze uitlekken op keukenpapier, en hou de eerste porties eventueel warm in de oven zolang je bezig bent met de rest.

Bestrooi met ringetjes bosui, en serveer met de saus. Wij aten het als hoofdgerecht met rijst en komkommersalade.

Efficiënt boodschappen doen

Een paar jaar geleden gaf ik met enige regelmaat een kookcursus waarin we ons onder meer verdiepten in manieren om efficiënter te koken & boodschappen te doen. Toen ging het vooral om duurzaamheid (vers, bio & van lokale producenten, zonder pakjes en zakjes) – maar diezelfde tips zijn hartstikke nuttig voor wie nu in Corona-tijd zoveel mogelijk binnen blijft. Hoe werkt dat, eens per week boodschappen doen?

Vooraf: Wie, wat, waar, wanneer

Bedenk om te beginnen waar & wanneer je boodschappen gaat doen en bestellen, en voor welke periode je gaat plannen. Wie eet er wanneer mee? Hier zijn we allemaal thuis, maar dat geldt natuurlijk niet voor iedereen. Denk voor buitenshuis werkende huisgenoten ook aan meeneemlunches, met dito snacks & drinken (en iets om voor & na het eten de handen te ontsmetten?)

Ik zelf plan van zaterdag t/m vrijdag; naast de wekelijkse levering van de Gouden Pompoen doen we één aanvullend rondje supermarkt & gaan we voor vers brood naar de bakker om de hoek.

Stap 1. Vul je voorraadkast aan

Nee, dit is GEEN pleidooi om te gaan hamsteren. Een voorraadje hebben betekent simpelweg dat je een buffertje hebt van de houdbare producten die je regelmatig gebruikt. Denk aan uien, aardappelen, havermout, suiker, een paar blikken gepelde tomaten, koffie. Een goed gevulde voorraadkast zorgt er voor dat je niet misgrijpt, en in geval van nood nog een weekje vooruitkunt.

Stap 2. Noteer je standaardboodschappen

Vul je boodschappenlijst nu aan met de dingen die je standaard in huis haalt. Melk, boter, brood, kaas, eieren, fruit, rauwkost, groente voor salade – die dingen. Alleen nu niet verspreid over meerdere boodschappenrondes, maar in één keer.

Stap 3. Maak een planning (avondeten)

Maak (liefst samen met je huisgenoten) een lijstje van wat je wilt gaan koken. Uitgangspunt daarbij is wat je nog hebt liggen en wat er nu leverbaar is: daar plan je je maaltijden omheen. Als je een gestructureerd type ben kun je een keurig dagschema maken, wij maken een globaal plan voor de hele week.

Let ook op houdbaarheid van je ingrediënten: stamppot met winterpostelein bijvoorbeeld is heerlijk in het vroege voorjaar, en barst van de vitamine C, maar dan moet je die postelein niet te lang laten liggen. Plan ook altijd een aantal gerechten met ingrediënten die goed bewaarbaar zijn.

Ik kies deze dagen vooral voor troostrijk eten. Vertrouwde maaltijden waar we allemaal blij van worden. Gezond eten is absoluut belangrijk (en doen we ook, er is ruim voldoende rauwkost & fruit) maar de sfeer in huis goed houden is essentieel. Dit lijkt mij niet het moment voor een etenstijddiscussie over witlof, vegaburgers of bonenschotels.

Tips voor een fijn weekmenu:

  • Varieer koolhydraten (granen, wortelgroenten, peulvruchten, vruchtgroenten als pompoen)
  • Varieer eiwitten (vlees, vis, zuivel, ei, soja & vleesvervangers, noten, peulvruchten)
  • Varieer de wereldkeukens
  • Plan een restjesdag, een geen-zin-om-te-koken-dag of een steun-uw-lokale-bezorghoreca-dag

Vul je boodschappenlijst aan met de ingrediënten die je naast je voorraad of standaardboodschappen nog nodig hebt.

Voorbeeld:

Uit voorraad & standaardboodschappen Boodschappenlijst 
Spaghetti met tomatensaus, gehaktballetjes Pasta, tomaten uit blik, ui, knoflook, kruiden, olie Gehakt
Stamppot winterpostelein Aardappelen, voor de flexitariër kaas en nootjes voor op de stamppot Postelein, spekjes, rookworst,
Kip, patat, appelmoes, boontjes Boontjes (uit de vriezer), patat en olie, appelmoes Kip
Gepofte bietjes, rijst met gesmoorde prei, feta, salade Prei, rijst, bieten, knoflook, olie Feta
Vis uit de oven, gekookte aardappeltjes, peterseliesausje, bloemkool Aardappels, overige ingrediënten sausje Vis, bloemkool, peterselie
Wraps, falafel, hummus, spicy broccoli Ingrediënten voor hummus, chiliflakes voor bij de broccoli Wraps, falafel, broccoli

 

Toelichting

  • Hier gaan de hoeveelheden uit de losse pols. Als je daar van in de stress schiet kun je de dagmenu’s van het Voedingscentrum gebruiken of je pakt er wat recepten bij.
  • Ik improviseer iedere dag een salade met wat er nog aan rauwkost in huis is. Dat valt hier onder de standaardboodschappen en komt dus niet op het weekmenu.

 

Stap 5. En de rest 

Met iedereen thuis doen we extra dingen voor de lunch. Samen koken en bakken is ook thuisonderwijs toch? Broodjes, cake, soep (van overgebleven kippenbotjes bijvoorbeeld), gevulde eieren – het is fijn als je voorraad ruimte biedt voor spontane uitspattingen.

Loop je lijst nog een keer na. Is er genoeg voor ontbijt, lunch, snackmomenten? Een koekje bij de koffie, een zak chips voor het weekend? Denk ook aan drinken (koffie, thee, limonade, een biertje voor de vrijdagmiddagborrel via Skype), toiletspullen en schoonmaakartikelen.

Ik hoop dat je iets hebt aan deze tips. Wij werkten zelf al een hele tijd niet meer met een weekmenu, maar het is best fijn om het in deze situatie zo weer op te kunnen pakken. Met een beetje planning kom je zo de week wel door. Pas goed op jezelf en #blijfbinnen!

Liefs, Anouk

Curry van haan of soepkip

Wist je dat “kip” uit de winkel helemaal geen kip is? (Disclaimer: meestal. Vaak. Hum.) Het zijn namelijk kuikens, van maar een paar weken oud. Zo doorgefokt dat ze in no time veel borstvlees ontwikkelen omdat de meeste mensen kipfiletjes willen kopen. Deze grootschalige productie van braadkuikens is een vrij recente uitvinding: voordat de landbouw in de jaren ’20 van de vorige eeuw industrialiseerde at men haantjes en gepensioneerde legkippen.

Nou aten we laatst een van de haantjes van boerderij Keizersrande. Gewoon, gebraden in de oven. Dat was lekker, maar wel kauwen. Die kan beter in een stoofgerecht, dacht ik toen. Kipcurry! Zo gezegd zo gedaan, alleen gebruikte ik voor dit experiment een soepkipje in plaats van een haantje (want goedkoper, én ik hoefde geen curry voor 10 personen).

Marinade

Laat de kip ontdooien, en snij in delen: poten, vleugels, borst. (Dit vraagt een goed scherp mes en vooral wat oefening, zowel praktisch als bij het overwinnen van de ieuw-factor. Maar als je dier wilt eten moet je het op z’n minst durven snijden, toch? Overigens kreeg ik zelf de filets niet fatsoenlijk van de ribbenkast gesneden, en heb toen dat hele stuk, karkas plus borstvlees dus, in zijn geheel mee laten trekken in de curry. Na een uurtje sudderen kon ik alsnog het vlees van de botten halen.)

Marineer de kipdelen een nachtje in yoghurt of karnemelk: de enzymen zorgen dat het vlees wat malser wordt. Uiteraard kun je lekkere smaakjes toevoegen aan je marinade: ik had gember, knoflook, kurkuma, een sinaasappel (nog meer mals-makende zuren!), chiliflakes – en natuurlijk zout en peper. Gewoon alles in de blender, klaar is je marinade.  Hoeveel? Zoveel als nodig is om de kipdelen goed te bedekken. Marineren gaat trouwens het beste als je de hele handel in een plastic (diepvries)zak stopt en er dan zoveel mogelijk lucht uit drukt.

De curry

Haal de kip uit de marinade, veeg er zoveel mogelijk af. Bewaar de marinade, die gaat later in de saus.

Braad de kipdelen in porties aan, snij ondertussen 2-3 uien in ringen. Leg de kip opzij. Blus indien nodig de pan af met wat water (aanbaksels losroeren, giet het vocht bij de bewaarde kip). Smoor nu de uien, een minuut of 10. Voeg smaakgevers toe: nog meer fijngehakte gember & knof, en gemalen specerijen als korianderzaadjes, mosterdzaadjes, kruidnagel, zoete paprikapoeder (pak weg een theelepel van elk), komijn en garam masala (twee theelepels tot een eetlepel). Verder pepers naar smaak, en zout, uiteraard.

Doe er twee blikken gepelde tomaat bij, plus ongeveer een half blik water. Breng aan de kook, proef of er extra zout of specerijen nodig zijn. Doe de kip in de saus, en laat op een laag vuurtje pruttelen. Wanneer het vlees gaar is maar nog niet zo ver dat het van de botten afvalt vis je de kipdelen uit de saus en verwijder de botjes. Doe het vlees terug in de saus, en laat lekker verder stoven. Hier heeft ie de hele middag opgestaan (alleen al voor de geur in huis zou je dat doen).

Maak de curry af: een handje linzen als de saus wat dun is, extra groente naar keuze (wortel, pompoen, aardappel, bloemkool – hou wel rekening met gaartijden). Helemaal op het eind wat snijbiet is ook lekker. Voeg ook de marinade toe, laat zachtjes pruttelen tot de groente gaar is en eventuele rauwe-kip-bacteriën uit de marinade onschadelijk gemaakt zijn, en breng op smaak.

Serveer met rijst, naanbrood en een komkommerslaatje.

Ossobucko – of knolselderij alla Milanese

Pas toen dit gerecht op mijn bord lag realiseerde ik me dat het een soort nep-ossobuco was. Gaargestoofde plakken in pittige tomatensaus, met romige risotto. Maar dan met knolselderij in plaats van kalfsschenkels. Denkend aan het gehackt en de kipstuckjes van de Vegetarische Slager heb ik deze combi dan maar ossobucko gedoopt. Lees verder